Student Socialwork

Supervisie

Het vak supervisie heeft mij geleerd om mijn handelingen en mijn professionele identiteit te bekijken vanuit mijn gedachten en gevoelens. Voordat ik begon aan het stagejaar was ik van mening dat ik aardig kon reflecteren, maar in het begin van supervisie kwam ik erachter dat ik nog een pittig traject te doorlopen had. Ik stond eerst alleen stil bij mijn handelingen, maar nu sta ik stil bij onderwerpen waarom ik het zelf belangrijk vind. Ik heb uit supervisie geleerd dat mijn professionele identiteit deels voortkomt uit persoonlijke drijfveren en situaties.

Ik ben blij het hele jaar gewerkt te hebben in een supervisiegroep. Het vormgeven van mijn leerproces is niet alleen tot stand gekomen, omdat ikzelf inzet getoond heb, maar ook door de inzet van mijn groepsgenoten en supervisor. Door mijn inbreng, maar ook door inbreng van mijn supervisiegenoten te bespreken zijn verschillende thema’s vanuit verschillende perspectieven bekeken. Er werden soms vragen gesteld aan mij waar ik zelf nog niet eerder bij stilgestaan had. Dit zorgde bij mij weer voor nieuwe inzichten. In het begin van de supervisiebijeenkomsten is een contract ondertekend waarin besproken wordt dat informatie die wij bespreken binnen de groep blijft. Voor mijn gevoel is dit nageleefd. Ik voelde mij veilig en prettig binnen de supervisiegroep, waardoor ik mijn inbreng, gevoelens en gedachten durfde te bespreken.

Naar mijn mening hadden wij een interessante dynamiek in de groep. Iedereen was anders in de groep en ik denk dat wij veel van elkaar hebben geleerd. Zo ben ik zelf altijd heel stipt en creëer ik voor mijzelf deadlines. Een week voorafgaand aan een supervisiebijeenkomst zorgde ik ervoor dat ik een inbreng en reflectie had geschreven én verstuurd naar de groep. Zo is iemand anders in de groep wat relaxter en deed wat er van hem gevraagd werd. De ander liet het wat meer op zijn beloop wat wel leidde tot gevolgen. Deze dynamiek heeft er wel voor gezorgd dat er vanuit verschillende karaktereigenschappen gekeken kon worden naar alle werkinbrengen. Ik wil mijn supervisiegenoten dan ook bedanken voor hun meningen en visies, omdat het voor mij geleid heeft tot nieuwe inzichten. Ook werden thema’s besproken waar ik niet eerder bij stilgestaan had. Een paar thema’s uit werkinbrengen van de anderen is bijvoorbeeld het onderwerp: opvoeding, verwachtingen en inzetten van persoonlijke ervaringen. De supervisor heeft naar mijn mening de grenzen bij de bijeenkomsten goed in de gaten gehouden. Hij zorgde ervoor dat er een deel van de verantwoordelijkheid bij onszelf lag, maar trad ook op als het nodig was. Zo heeft hij vervangende opdrachten gegeven in het kader van onze eigen ontwikkeling en kritische vragen gesteld tijdens de bijeenkomsten om mij en anderen te stimuleren om te zoeken naar belangrijke waarden.

Wat ik heb bijdragen aan de samenwerking is dat ik een actieve houding heb laten zien in de samenwerking. Ik heb verdiepende en verbredende vragen gesteld tijdens de bijeenkomsten met als doel om een ander na te laten denken over zijn inbreng. Doordat ik deze houding aannam heb ik ook meer geleerd hoe ik vragen kan stellen op mijn stageplek bij het Noorderpoort. Voor mijn gevoel kan ik nu kritische vragen stellen om tot diepgang te komen en een kern eruit te halen wat voor mensen belangrijk is. Wat ik fijn heb gevonden in deze samenwerking is dat mijn groepsgenoten ook mij vragen hebben gesteld waardoor ik ging nadenken over mijn inbreng. Telkens als ik een inbreng schreef dan ging ik zelf al reflecteren wat het voor mij betekende, maar elke bijeenkomst werd ik verrast door vragen waar ik niet bij stil had gestaan.

Tijdens onze samenwerking was er ook iemand die op het randje stond van een voldoende of onvoldoende. Ik denk dat het mooie aan onze samenwerking is geweest dat wij elkaar kunnen aanspreken op elkaars functioneren en dat hebben wij ook gedaan. Dit is voor mij ook een teken dat er een veilige sfeer was in de groep om dit te kunnen doen. Niemand was bang om zijn mening te geven en elkaars meningen werden ook gerespecteerd.

René de Voort