“Aanvang supervisie zat ik aardig vast in bepaalde patronen, situaties en denkbeelden die naar mijn idee geheel door anderen werden opgeroepen. Sommige zaken die door een ander werden opgeroepen, of hoe men reageerde, waren ook niet leuk of niet terecht. Ook klopte mijn gevoel er over wel, maar hoe ik daar mee omging was vaak aardig contraproductief en ik was er niet blij mee. Ik reageerde vaak rationeel en onderkende mijn eigen gevoelens hierover en liet dit dus niet blijken. Hierdoor werden bepaalde patronen in stand gehouden en reageerde ik op situaties niet goed en had mijn manier van handelen niet het gewenste resultaat. Vaak reageerde ik tegen beter weten in omdat ik zaken te rationeel benaderde en/of mij door een ander liet verleiden tot reageren zonder eerst na te gaan wat het resultaat zou zijn en wat mijn eigen gevoelens hierover nou eigenlijk waren. Het uitspreken van mijn gevoel over zaken bleek dus een ondergeschoven kindje en ik probeerde dit rationeel te compenseren door er handig omheen te draaien, maar hierdoor werden zaken alleen maar warriger en chaotischer. Langzaam kwam het inzicht dat misschien verandering van hoe ik zelf communiceer en meer mijn gevoel mee te laten spreken een groter effect heeft, dan proberen je aan te passen aan hoe anderen communiceren. Het gaat dan voornamelijk om de situaties waarvan ik tijdens supervisie meer inzichten in kreeg. Dat waren onder andere het idee van had niet goed uit de verf komen, het niet serieus genomen worden en niet gezien of erkent te worden. Tijdens supervisie uitgewerkt hoe hier mee om te kunnen gaan en gekeken wat bij mij past om hier veranderingen in te weeg te brengen. Ik zelf heb al wel veranderingen gemerkt, maar het blijft wel zaak om te blijven reflecteren en te oefenen en te kijken welke spiegel mij wordt voorgehouden of wanneer ik zelf even in de spiegel moet kijken om veranderingen te blijven bewerkstelligen en/of te behouden”.

Pascal